Geschiedenis van het Wilhelmina Rustoord


Op de grens van Friesland en Groningen ligt het Wilhelmina Rustoord. Ontstaan rond het jaar 1907 waar de heer H. van den Bogert zich met ontginningswerkzaamheden bezighield. In 1908 werd het woonhuis, de 'villa', gebouwd. Deze villa kreeg de naam Wilhelminahoeve.

 

Vanaf 1920 worden er reclasseringswerkzaamheden gedaan door de vereniging Nederlands Landkolonisatie en Inwendige Zending. Dit hield in: het 'maatschappelijk rijp' maken van zwervers. In 1926 ging de zaak over naar de stichting Het Hoogeland, waarna vanaf 1933 de Wilhelminahoeve nog uitsluitend gebruikt werd voor de verpleging van jeugdig veroordeelden. In 1943 vorderden de Duitsers het gebouw voor de Hitlerjugend. Na de oorlog deed het dienst als opvang van NSB-vrouwen en daarna als heropvoedingtehuis voor jongeren.

 

In 1948 koopt de heer B. Schoppert het pand en maakt er een rustoord van, op christelijke grondslag voor 50 behoeftige bejaarden. In 1963 koopt de familile Dieters het pand, en vanaf 1969 wordt het een officieel bejaardenoord. De gemeente Grootegast wordt eigenaar in 1978, en verkoopt het weer aan de stichting bejaardencentrum Grootegast-Oldekerk in 1982. Vanaf 1980 is de heer J.B.A. Oberink directeur. Het cliëntenaantal is door de overheid inmiddels vastgesteld op 40.

 

In 1990 sluit het Wilhelmina Rustoord zich aan bij Het Zonnehuis te Zuidhorn; het krijgt dan ook de status van verpleeghuis. Om te voldoen aan alle wettelijke eisen vindt er in de jaren 1993 en 1994 een grote verbouwing plaats. Sindsdien biedt het Wilhelmina Rustoord verpleeghuiszorg: aanvankelijk aan 40 cliënten (deels nog op meerpersoonskamers), tegenwoordig aan 32 cliënten.