Van schets naar realisatie


Ontwikkeling nieuwbouw woonzorgcentrum Zuidhorn in volle gang

 

Nu zijn het nog groene weilanden, straks verrijst er een nieuwe wijk met daarin ook een woonzorgcentrum ter vervanging van verpleeghuis het Zonnehuis en verzorgingshuis de Westerburcht. Tenminste, zo staat het op papier. In werkelijkheid verschijnt er een nieuwe wijk met daarin een buurt waar mensen wonen die meer zorg nodig hebben dan andere wijkbewoners. Inmiddels is het structuurplan vastgesteld en is het wachten op de plaatjes. Hoe gaat het er allemaal uit zien? Hylko Zwart van Van Manen en Zwart architecten in Drachten hierover: “We zoeken naar de juiste weg, naar het thuis van de cliënten.”

 

In juli is het structuurplan gepresenteerd en sindsdien is er gewerkt aan een ontwerp. Hoe staat het met de invulling hiervan?

Nu het structuurplan is vastgesteld werken we verder aan een voorlopig ontwerp. We verwachten deze fase eind november af te ronden. Tja, wat voor werk we nog hebben, nou allerlei werk. Alle plannen toetsen we op financiële haalbaarheid, of ze voldoen aan de functionele eisen en ook of de officiële procedures goed worden gevolgd. Uiteraard dient alles te voldoen aan de brandveiligheidseisen en we checken het hele plan nog eens op alle mogelijke welzijnsaspecten. Zo komen we tot een eenheid in het plan, waarbij we op zoek zijn naar het evenwicht tussen de eisen die het structuurplan stelt en de wensen van de toekomstige gebruikers.

 

Wat maakt zo’n plan nu zo ingewikkeld?

Aan de ene kant hebben we een streng programma van eisen, waar ieder kamertje aan moet voldoen. Immers, we bouwen voor de zorgsector. Maar in dit plan zijn er wel 1000 kamertjes. Dus alles moet op tekening gezet worden, moet worden uitgerekend, opnieuw worden bekeken, enz. En dan is het zaak van twee kanten te benaderen, op macro-niveau het stedenbouwkundig plan, de grote lijnen met de kavels waarbinnen de gebouwen verrijzen. Daartegenover staat dan het microniveau: de bewoner met zijn of haar wensen. Om hier de juiste weg te vinden, zeg maar het thuis te vinden, daar ligt de uitdaging en de complexiteit van zo’n plan.

 

Opvallend is dat cliënten met een somatische aandoening door de buitenlucht moeten gaan om bij het behandelcentrum te komen. Dat lijkt een bewuste keuze en tegelijk ook een punt van discussie.

Bij het maken van een ontwerp gaan we uit van de stedenbouwkundige randvoorwaarden en het programma van eisen van de opdrachtgever. Wat de opdrachtgever en wij niet willen realiseren is een Philips-industrieterrein met allemaal luchtbruggen en dergelijke. Weliswaar was het verpleeghuis oorspronkelijk een ziekenhuisachtig gebouw, die gedachte is losgelaten, in heel Nederland en ook hier. Natuurlijk, daarin zitten enkele discutabele bakens.

Een kenmerk van verpleeg- en verzorgingshuizen is dat er altijd leuningen langs de gangen gemonteerd zijn. Ondertussen hebben rollators, elektrische rolstoelen en scootmobielen hun intrede gedaan. Het is een dogma, zo’n leuning, om achterhaalde redenen. We zijn dus alert op het niet herhalen van al die dingen uit het verleden. Ons doel is om een woonomgeving te realiseren dat de sfeer kent van een dorp, waarin de bewoners de noodzakelijke zorg kunnen ontvangen.

 

Voor bewoners met een psychogeriatrische aandoening zijn de mogelijkheden van innovatie, afgezien van de privacy, natuurlijk beperkter.

Voor de groepswoningen hebben we een heel nieuw concept ontwikkeld. Niet langer ga je eerst bij oma op bezoek en daarna door naar de woonkamer die achterin de gang geplaatst is. Nu komt het bezoek gezien langs, via de woonkamer. Ongetwijfeld zijn er mensen die zullen zeggen: “Dat vinden we onvrij dat je altijd met andere mensen te maken hebt”. Maar wij denken juist dat dit het huiselijke effect benadrukt. De slaapkamers zijn dan privé-domein, niet langer die plek waar iedereen langs loopt.

 

Zijn er veel wijzigingen ten opzichte van het eerste plan?

Een verschil met wat eerder genoemd is dat in deze uitwerking we uitgaan van een gecombineerd diensten- en welzijncentrum. Oorspronkelijk is uitgegaan van twee gebouwen maar dat kende weer allerlei nadelen. We onderzoeken nog of het mogelijk is om in dit gebouw een groot overdekt dorpsplein te realiseren. Zo’n plein of atrium zou dan de kern van de sociale activiteiten van het woonzorgcentrum kunnen gaan vormen. Enerzijds is dit gebouw georiënteerd op de “central green”, anderzijds op de Brink. Die “central green” vormt weer zo’n onderdeel dat in de hele wijk terugkeert, niet alleen bij het woonzorgcentrum.

 

Het zijn woningen, maar toch aangepaste woningen en die zien er ook anders uit. Waardoor krijgt het toch de uitstraling van een gewone wijk?

Door gebruik te maken van vertrouwde materialen: gemetselde woonhuizen met schuine daken en dakpannen. Overigens is metselwerk nog steeds relatief goedkoop. Pannendaken vormen een goede warmtebuffer en op de zolders is er de nodige bergruimte. Voor twee gebouwen hebben we een uitzondering gemaakt. Het behandelcentrum heeft een meer medische uitstraling. Het gebouw voor de nieuwe keuken, dat dichtbij het spoor komt, heeft een meer zakelijker of bedrijfsmatige uitstraling.

 

Het klinkt allemaal heel goed. Maar hoe vernieuwend is dit centrum? Is dit het nieuwste van het nieuwste?

We krijgen een vooruitstrevend centrum dat uniek is door de differentiatie en de dorpsopszet, dorpse beelden maar met de voorzieningen van een heel complex. De kracht van het plan is dat het doorgaat in de wijk, het stedenbouwkundig verkavelingpatroon loopt gewoon door. En daardoor zie je niet dat het gaat om een groot zorgcomplex, het zijn woningen.

Zoekend naar voorbeelden van goede woonplattegronden kwamen we uit in Terneuzen. Daar zijn ze bij de groepswoningen nog een stapje verder gegaan want daar grenzen alle slaapkamers aan de woonkamer. Kortom, de onderdelen zijn niet uniek maar wel in deze vorm, namelijk een totaal nieuw bestemmingspan en een totaal nieuwe wijk. En wat we nu zien is dat het nadeel van de vier jaar vertraging door de locatie Fanerweg ook een voordeel blijkt te hebben. Daardoor konden we gebruik maken van regels die meer mogelijkheden boden waardoor dit een uniek centrum wordt.