Fysiotherapie
|
In de eerste contacten met de cliënt zal door een fysiotherapeut onderzoek worden gedaan. Daarbij gaat het om twee vragen: wat zijn de (on)mogelijkheden van de cliënt, en welk stimuleringsprogramma is van toepassing?
Vanuit de fysiotherapie gaat de aandacht met name uit naar bewegingsuitslagen, spierspanning, en het functioneel niveau (de houdingen en bewegingen van de cliënt). Afhankelijk van de indicatie worden oefeningen uit een programma aangeboden.
Stimuleringsprogramma A bestaat uit het geven van bewegingsprikkels en het uitlokken van reacties. In stimuleringsprogramma B/C bieden we gedoseerd oefenstof aan die is gericht op functioneel niveau. Voorts werken we aan het optimaliseren (normaliseren) van spierspanning door houdingen en bewegingen (o.a. arm- en beenfunctie). In stimuleringsprogramma D/E zullen we, afhankelijk van het functionele niveau en het herstel van de cliënt, houdingen en bewegingen aanbieden (van liggen – zitten – staan – lopen). |

