Activiteitentherapie
|
Voor cliënten van de unit NAH-reactivering is een specifiek activiteitenprogramma opgesteld. Het gaat daarbij allereerst om het geven van visuele prikkels (zien), auditieve prikkels (horen) en tactiele prikkels (voelen).
In de beginfase van de therapie wordt de cliënt meegenomen naar de snoezelruimte. Daar proberen we de cliënt reacties te ontlokken: met behulp van bijvoorbeeld een waterbed of lichteffecten, door geluiden te laten horen of door voorwerpen te laten zien en voelen.
Hoe de cliënt reageert, wordt nauwkeurig bijgehouden. Aan de hand van de observaties wordt vastgesteld in welke fase de cliënt zicht bevindt. Dat is mede bepalend voor de verdere invulling van het programma. Geleidelijk kan met de cliënt worden gewerkt aan het herkennen en benoemen van vormen, kleuren, geluiden enz.
Als de cliënt eraan toe is kunnen de activiteiten verder uitgebreid worden. Dan zullen de activiteiten gericht zijn op het creatieve, sociale en educatieve vlak. Voorbeelden van therapie zijn: tekenen, schilderen, werken met textiel of het leren van handvaardigheidstechnieken. Ook kan men leren werken met de computer: bijvoorbeeld tekstverwerken, werken met grafische programma's of surfen op internet. Een activiteitentherapeut geeft hierbij de begeleiding, houdt rekening met de inspanningen die de cliënt aankan, en met de benodigde hoeveelheid rust.
|